Het eerste kampioenselftal
De Moslem set
Allereerst een woord van dank aan Feyenoord-statisticus Henk van den Dungen en sporthistoricus Jurryt van de Vooren. Mede dankzij hun onderzoeken is Feyenoords historie vereeuwigd.
Het eerste volledige team van Feyenoord dat als plaatje is uitgebracht, is de zogenaamde Moslem serie. Tussen 1924 en 1926 zijn er duizenden plaatjes uitgebracht van bekende en onbekende clubs. Naast een groot aantal huidige profclubs, zijn er ook plaatjes te vinden van kleinere clubs als Wilhelmina ’08 uit Weert of De Valk uit Valkenswaard.
Deze plaatjes waren verkrijgbaar bij verschillende sigarettenmerken die werden geproduceerd door de sigarettenfabriek in Eindhoven, de Anlgo-American Cigarette Company. Hoewel de plaatjes in de volksmond de “Moslemplaatjes” worden genoemd, was dit lang niet het enige merk waarbij de plaatjes zaten. Op de advertenties uit verschillende kranten hieronder is te zien dat je ook Tosca, Flyer, Charlie, Foxtrot, Troubadour of Sunlight mocht paffen om je favoriete voetballer in zakformaat te bemachtigen.




De achterkant van de plaatjes bevatten vaak een stempel met een waarde, zoals ½ of ¼ . De plaatjes konden namelijk ingewisseld worden voor andere geschenken. Wel kreeg men de plaatjes vervolgens terug, maar deze waren dan voorzien van nóg een stempel op de achterkant, om te voorkomen dat plaatjes meer dan één keer zouden worden ingeruild.
Van Feyenoord zijn er 14 plaatjes uitgebracht van 11 verschillende spelers. Puck van Heel en Kees Pijl zijn ook uitgebracht met een “Nederlandsch Elftal” tekst onder hun portret, en Piet Notenboom is uitgebracht met twee verschillende shirts én twee verschillende namen. Beide namen, Nooteboom en Noteboom, zijn overigens onjuist. Over onjuist gesproken: bij de meeste plaatjes is de clubnaam gespeld als Fijenoord. Enfin, details.
Wat deze set uiteraard het meest bijzonder maakt, is het feit dat deze spelers ervoor hebben gezorgd dat Feyenoord in 1924 voor de eerste keer landskampioen werd. Jurryt van de Vooren heeft een digitaal boek uitgebracht met een overzicht van alle wedstrijden dat seizoen. Hierin is ook te lezen hoe Feyenoord op 9 juni 1924 aan de Kromme Zandweg met 3-1 won van Be Quick, waarmee het landstitel veroverde.
Hierbij een portret van de eerste helden van onze club, ruim 100 jaar geleden:

Kees Borremans
1896-1963
Nadat Kees Borremans in 1920 zijn debuut had gemaakt bij Feyenoord, raakte hij tussen 1921 en 1923 zijn plek in de hoofdmacht kwijt. Deze kreeg hij terug, maar begin 1928 vertrok Borremans bij Feyenoord, waar hij in totaal zeventig wedstrijden speelde en elf keer scoorde. De reden van zijn vertrek? Huiselijke omstandigheden. Meer is nooit bekendgemaakt.
Hij was klein van postuur en groot liefhebber van roken en bier. Maar desondanks werd Bertus Bul door velen gevreesd. Vanwege zijn onvermoeibare werk als mannetjesputter kreeg hij de bijnaam De Terriër. Van 1917 tot 1930 speelde Bul 231 competitiewedstrijden voor Feyenoord, waarin hij 23 keer scoorde.

Bertus Bul
1897-1972

Kees van Dijke
1902-1983
Eén van de twee verdedigers in het team. Na in de jeugd te hebben gespeeld debuteerde Van Dijke in 1922 voor het eerste elftal van Feyenoord. In totaal zou hij maar liefst 257 wedstrijden voor de Rotterdammers spelen, waarin hij dertig keer scoorde en twee landstitels vierde. Van Dijke, in Rotterdam steevast Kees Dijke genoemd, bezat naast zijn voetbalcarrière verschillende horecagelegenheden.
Na een conflict vertrok hij in 1934 bij Feyenoord. In 1941 kwam hij terug bij de Rotterdammers, als trainer. Naast zijn carrière als voetballer was hij kogelstoter, speerwerper, biljarter, dammer en bokser. Van alle markten thuis dus.
320 competitiewedstrijden voor Feyenoord, 64 interlands voor het Nederlands elftal, Lid van Verdienste bij Feyenoord, bondsridder bij de KNVB en ontvanger van de Wolfert van Borselenpenning. Puck van Heel kan met alle recht de eerste Feyenoord-legende worden genoemd. Al was zijn inbreng in het eerste kampioensjaar gering; Van Heel werd pas in 1925 basisspeler bij Feyenoord.
Mede door de in totaal 43 doelpunten van Van Heel prijken er liefst vier landstitels met Feyenoord op zijn erelijst. De middenvelder werd vooral geprezen om zijn spelinzicht. Hij was ontzettend populair in Rotterdam, maar de bescheidenheid zelve. Als aanvoerder van Feyenoord sloeg hij in 1935 de eerste paal van Stadion Feijenoord (De Kuip).
Zijn 64 interlands voor het Nederlands elftal waren lange tijd genoeg voor een record, dat ruim veertig jaar later werd verbroken door Ruud Krol. Naast zijn eretitels bij Feyenoord, de KNVB en de gemeente, is hij sinds een paar jaar vereeuwigd in een muurschildering in Rotterdam. Samen met Bertus Bul.

Puck van Heel
1904-1984

Puck van Heel
1904-1984

Adriaan Konings
1895-1963
Doelpunten, doelpunten, doelpunten. Adriaan Koonings had in de jaren twintig een groot aandeel in de landstitels van Feyenoord van 1924 en 1928. Hij speelde 230 competitiewedstrijden voor de Rotterdammers, waarin hij 130 keer scoorde. Dit aantal is vanwege gebrekkige administratie mogelijk nog hoger. Koonings was aanvaller, maar speelde ook weleens als middenvelder. Hij stond zelfs twee keer op doel.
Koonings werd in 1929 tot Lid van Verdienste benoemd door Feyenoord. Vlak daarna werd hij trainer van Sparta, waar hij liefst veertien jaar zou werken. Later werd hij nog twee periodes trainer van Feyenoord. Van 1946 tot 1950 en van 1952 tot 1955. Prijzen pakken deed hij die periode niet. Wel werd hij in 1955 beheerder van het clubhuis op Varkenoord.
Tot medio 1925 speelde Piet Notenboom 133 competitiewedstrijden voor Feyenoord, waarin hij twee keer scoorde. De verdediger had een café in Rotterdam, dat hij in 1926 verkocht aan ploeggenoot Van Dijke. Notenboom is vooral bekend geworden vanwege zijn overlijden. Na afloop van Feyenoord-Ajax op 9 januari 1966 (1-1) overleed hij op de tribune in De Kuip. Geen enkele andere oud-speler van Feyenoord is dat ooit overkomen.

Piet Notenboom
1896-1966

Piet Notenboom
1896-1966

Jan Petterson
1898-1955
Met zijn gedrongen postuur groeide Jan Petterson tussen 1917 en 1928 uit tot steunpilaar van Feyenoord. Hij speelde 187 competitiewedstrijden, waarin hij 33 keer scoorde. Zijn bijnaam was Joep, al werd hij door zijn ploeggenoten Jantje genoemd.
In de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog was Petterson lid van de technische commissie en de veteranencommissie bij Feyenoord. In 1949 werd hij benoemd tot Lid van Verdienste. Verder had hij zijn eigen drukkerij.
Bij Adriaan Koonings hadden we het al over vele doelpunten, Kees Pijl doet daar nog een flinke schep bovenop. Waar Cor van der Gijp bekend staat als Feyenoords topscorer aller tijden, maakten Pijl en Jaap Barendregt nóg meer doelpunten voordat het betaald voetbal zijn intrede deed. Pijl speelde vanaf 1916 tot en met 1932 bij Feyenoord. In 1928 werd hij benoemd tot Lid van Verdienste. Tussen 1932 en 1938 was hij als bestuurslid nauw betrokken bij de totstandkoming van Stadion Feijenoord en tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij enkele jaren trainer van Feyenoord.
In maart 1924 scoorde Pijl voor het Nederlands elftal in een vriendschappelijke wedstrijd tegen België. Daarmee werd hij de eerste Feyenoorder ooit die scoorde in Oranje. Cor Kieboom, tussen 1939 en 1967 voorzitter van Feyenoord, noemde Pijl op zijn begrafenis de grootste uit de geschiedenis van Feyenoord.

Kees Pijl
1897-1976

Kees Pijl
1897-1976

Cor van der Velde
1894-1976
Ondanks een verkeerd gezette beenbreuk in 1916 speelde Cor van der Velde 115 competitiewedstrijden voor Feyenoord, waarin hij vier keer scoorde. Van der Velde deed uiteindelijk vrijwillig een stapje terug in het elftal, om plaats te maken voor het aanstormende talent Puck van Heel; hij vond dat Van Heel als international in het eerste elftal van Feyenoord moest spelen.
Na zijn carrière was Van der Velde een tijdje grensrechter. Zijn werk bestond onder meer uit het bottelen van bier. Een jaar nadat hij stopte met voetballen werd hij door Feyenoord benoemd tot Lid van Verdienste.
Nadat Jo Vermeulen in totaal 41 competitiewedstrijden voor Feyenoord speelde en met die club ook het kampioenschap vierde, verhuisde hij in 1926 naar Eindhoven. Om te gaan werken bij Philips en te spelen voor PSV. Sportief kreeg hij weinig kansen, dus bewees hij zich naast het veld. Vermeulen schreef het in 1950 ingevoerde clublied van de Eindhovenaren.

Jo Vermeulen
1904-1968

Willem Visser
1898-1957
Als voetballer speelde Willem Visser 94 competitiewedstrijden voor Feyenoord. Desondanks maakte hij vooral naam als atleet. Samen met zijn broer Manus deed hij namens de atletiektak van Feyenoord mee aan tal van wedstrijden. Zo vestigde hij in 1923 het clubrecord hoogspringen. Naast zijn eigen actieve carrière zat hij jarenlang in de atletiekcommissie bij Feyenoord.
Toen Jaap Weber in 1919 zijn debuut maakte bij Feyenoord, werd hij teamgenoot van zijn oom Mees. De vreugde was van korte duur, want Jaap Weber raakte meteen zwaar geblesseerd en speelde pas in 1922 zijn tweede wedstrijd voor Feyenoord. In totaal kwam hij tot 66 competitiewedstrijden, waarin hij achttien keer scoorde. In 1925 vertrok Weber, net als zijn oom al had gedaan, naar Sparta.

Jaap Weber
1901-1979
Bron: Rijnmond
